Statuten van Stichting DNL

Artikel 1.

Naam.

De stichting draagt de naam: Stichting DNL.

Artikel 2.

Zetel.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Tilburg.

Artikel 3.

Doel.

  1. De stichting heeft ten doel:

de progressief-liberale denkcultuur te doorbreken, het maatschappelijke en politieke debat terug te brengen tot hoofdlijnen op feitelijke basis en daarbij Nederland te helpen noodzakelijke keuzes voor de komende decennia te maken, en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

  1. De stichting tracht haar doel te bereiken onder meer door:

het ten minste één keer in een kalenderjaar organiseren van een nationaal grassroots event, waar met circa tweeduizend bezoekers en tientallen prominente sprekers (inter)nationaal meegedacht wordt aan oplossingen van grote maatschappelijke, politieke onderwerpen.

  1. De stichting heeft het maken van winst uitdrukkelijk niet ten doel.

Artikel 4.

Vermogen.

  1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door het stichtingskapitaal, de ontvangen bijdragen, subsidies, giften, legaten, erfstellingen, alsmede andere baten.
  2. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

Artikel 5.

Bestuur.

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit door het bestuur vast te stellen aantal bestuurders. Het bestuur kan uit één bestuurder bestaan.
  2. Bestuurders worden benoemd door het bestuur. Indien een bestuurder op grond van een bepaalde hoedanigheid wordt benoemd, wordt daarvan in het benoemingsbesluit melding gemaakt.
  3. Een meerhoofdig bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Een bestuurder kan binnen het bestuur twee functies bekleden.
  4. Bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar of voor een kortere periode, indien daartoe het bestuur met volstrekte meerderheid beslist, waarbij het bestuur een rooster van aftreden opstelt. Aftredende bestuurders zijn terstond herkiesbaar. Een tussentijdse bestuurder neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger.
  5. Bij verhindering van een bestuurder zijn/is de overige bestuurder(s) met het bestuur belast. Indien sprake is van een vacature in het bestuur, vormen de overgebleven bestuurders of vormt de overgebleven bestuurder een bevoegd bestuur.

Het bestuur is echter verplicht zo spoedig mogelijk in de vacature(s) te voorzien.

  1. Niet tot bestuurder benoembaar zijn personen die in dienst zijn of werkzaam zijn ten behoeve van de stichting.
  2. Een bestuurder houdt op bestuurder te zijn door:

–    zijn overlijden;

–    zijn aftreden;

–    het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

–    zijn ontslag door de rechtbank;

–   zijn ontslag door het bestuur; het besluit hiertoe kan slechts worden genomen met algemene stemmen van de overige bestuurders.

  1. Het bestuur kan besluiten een bestuurder te schorsen. Een schorsing, die niet

binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag eindigt door het

verloop van die termijn.

Artikel 6.

Taak. Bevoegdheden. Beloning.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur kan één of meer van zijn bevoegdheden, mits duidelijk omschreven, aan anderen verlenen. Het bestuur kan aan een bevoegdheidsverlening voorwaarden verbinden. Degene die deze bevoegdheden uitoefent, handelt in naam en onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
  3. Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, behalve:

–    tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen; en

–   die overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling van een schuld van een ander verbindt.

  1. Bestuurders genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

Artikel 7.

Besluitvorming meerhoofdig bestuur.

  1. Bestuursvergaderingen worden gehouden zo vaak de voorzitter of ten minste twee van de overige bestuurders dit wensen, doch ten minste éénmaal per zes maanden.
  2. Bestuursvergaderingen worden gehouden ter plaatse, te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept, dan wel op een digitale omgeving of indien alle bestuurders daarmee instemmen op een andere wijze.
  3. Het bijeenroepen van een bestuursvergadering geschiedt door de voorzitter of ten minste twee van de overige bestuurders dan wel namens deze(n) door de secretaris, en wel schriftelijk, met inbegrip van elk digitale of telefonische communicatiemiddel, op een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

De oproeping vermeldt behalve de plaats, dan wel de digitale omgeving en het tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.

  1. Indien de bijeenroeping van een bestuursvergadering op een termijn korter dan zeven dagen is geschied, dan wel tijdens de vergadering onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, is besluitvorming niettemin mogelijk, mits ter vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter besluiten van de wijze van oproeping en/of de termijn van oproeping af te wijken.
  3. Toegang tot de bestuursvergaderingen hebben de bestuurders en vrijwilligers, alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige bestuurders worden toegelaten.
  4. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

Een bestuurder kan zich door een schriftelijk, met inbegrip van elk digitale of telefonische communicatiemiddel, door hem daartoe gemachtigd medebestuurder ter vergadering doen vertegenwoordigen.

Een bestuurder kan daarbij slechts voor één medebestuurder als gevolmachtigde optreden.

  1. Iedere bestuurder heeft één stem.

Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

Staken de stemmen, dan is het voorstel verworpen.

  1. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een bestuurder schriftelijke stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  2. In alle geschillen omtrent de stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
  3. Bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij zijn afwezigheid door de secretaris of bij diens afwezigheid door een andere bestuurder.
  4. Van het verhandelde in de vergadering worden door de secretaris of door een door deze onder zijn verantwoordelijkheid en met instemming van het bestuur aangewezen persoon notulen opgemaakt.

De notulen worden vastgesteld door het bestuur en ten blijke daarvan door de voorzitter en secretaris van de desbetreffende vergadering ondertekend.

De vastgestelde notulen zijn voor alle bestuurders en vrijwilligers toegankelijk via een besloten, beveiligde digitale omgeving, dan wel kunnen op verzoek gemaild worden. Andere personen die de vergadering bijgewoond hebben, kunnen eveneens op verzoek de vastgestelde notulen per e-mail of via een ander digitale communicatiemiddel ontvangen.

  1. Het bestuur kan ook buiten de vergadering besluiten, mits alle bestuurders zich schriftelijk, met inbegrip van elk digitale of telefonische communicatiemiddel, omtrent het betreffende voorstel hebben uitgesproken.

Van een besluit buiten de vergadering wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.

Artikel 8.

Vertegenwoordiging.

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts kan de stichting worden vertegenwoordigd door de voorzitter afzonderlijk en/of door twee tezamen handelende bestuurders.
  2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan één of meer bestuurders en/of derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
  3. Het bestuur zal van de doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van een volmacht opgave doen bij het Handelsregister.

Artikel 9.

Reglementen.

  1. Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, waarvan nadere regeling gewenst is.
  2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten strijdig zijn.
  3. Ten aanzien van een besluit tot vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement vindt het bepaalde in artikel 11, leden 1 of 2, overeenkomstige toepassing.

Artikel 10.

Boekjaar. Jaarstukken.

  1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten met bijbehorende toelichting van de stichting op papier te stellen.

Deze stukken dienen te worden ondertekend door alle bestuurders. Ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.

  1. Het bestuur kan, alvorens tot vaststelling van de in lid 3 bedoelde stukken over te gaan, deze doen onderzoeken door een door het bestuur aan te wijzen deskundige, die verslag uitbrengt van zijn onderzoek.

Artikel 11.

Statutenwijziging. Fusie. Splitsing.

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen en tot fusie en splitsing te besluiten. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  2. Is een vergadering, waarin een dergelijk besluit aan de orde is, niet voltallig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig over het voorstel, zoals die in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen.
  3. Bij de oproeping tot vergadering, waarin de statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, te worden gevoegd.
  4. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is afzonderlijk bevoegd die notariële akte te doen verlijden.

Artikel 12.

Ontbinding.

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
  2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in het artikel 11 van overeenkomstige toepassing.
  3. De stichting blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie.

De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de vereffenaars geen baten meer bekend zijn.

  1. De bestuurders zijn de vereffenaars van het vermogen van de stichting. Op hen blijven de bepalingen over de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders van toepassing. De overige statutaire bepalingen blijven tijdens de vereffening eveneens voor zo veel mogelijk van kracht.
  2. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt voor een door het bestuur te bepalen doel bestemd dat zoveel mogelijk in overeenstemming is met het doel van de stichting.
  3. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar onder berusting van de door het bestuur aangewezen persoon.

Artikel 13.

Slotbepaling.

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

De ANBI is in aanvraag en zal naar alle waarschijnlijk binnenkort worden verleend, waarmee donaties gedekt zullen zijn.